Zelfs als een misdadiger erin geslaagd is te ontsnappen, wordt zijn geweten toch voortdurend gekweld door onrust. Misschien heeft iemand hem gezien, misschien heeft hij sporen achtergelaten die hem zullen verraden, enz. Hij heeft bepaalde processen op gang gebracht, die nu weerspiegeld worden in zijn geweten en hij kan niet meer gerust zijn.
Het is dus duidelijk dat je vrede verstoord wordt, zodra je een oneerlijke daad pleegt, want je geweten ontvangt van alle kanten onrustwekkende beelden. De schuldige mens die zijn geweten wil sussen, slaagt daar niet in, want dat hangt niet af van zijn geweten dat enkel de realiteit van zijn gedrag weerspiegelt, maar van de schuld die blijft bestaan. Zolang deze mens zijn fouten niet hersteld heeft, zal zijn geweten niet gerust zijn.