Een Meester onderwijst aan zijn leerlingen de wetenschap van het leven. Maar leerlingen die geen enkel benul hebben van de waarde van het leven, denken: ‘Wat is dat voor een wetenschap? Hoe te leven is van geen enkel belang. Wat wel interessant is, is het kunnen voorspellen van de toekomst, talismans maken om zich te beschermen, of zich zijn vorige levens herinneren...’ En zij verdoen hun tijd met het lezen van boeken over occultisme en het ontmoeten van personen die hun, naar het schijnt, openbaringen doen. Ondertussen verwaarlozen zij hun leven tot de dag dat ze, verzwakt en ontgoocheld, moeten vaststellen dat ze niets gevonden hebben van wat zij hoopten. Dan beginnen zij te beseffen dat ze naast het essentiële hebben gegrepen.

Ja, want niets kan het leven evenaren, noch de wetenschap, noch de filosofie, noch de macht, noch het geld, niets. Je moet dus je leven beschermen, zuiveren en verlichten, want dankzij dat leven zul je echte kennis, echte helderziendheid, echte rijkdom en macht verwerven.

Zie ook ‘De macht van de gedachte’, Izvor 224, hst. VII